Rob Higler

Zorgregie
Sjoelplein 3
9951 DA  Winsum Gn
tel. 0595-769014 /06-25172490

U bevindt zich hier: Waarom deze site? > Revalidatie > Fysiotherapie

Fysiotherapie

Vroeger noemde we ze Paramedici. Als locatiedirecteur van verpleeghuizen heb ik bij verschillende interim-klussen leiding mogen geven aan ze. Heel vaak vond ik ze lastig in de organisatie. Altijd hadden ze te weinig personeel (vonden ze), ze noemden zichzelf een “vakgroep” (met natuurlijk een voorzitter) en ze stelden vervelende vragen in de ondernemingsraad.  Ik las artikelen met onderzoeken, die negatieve resultaten gaven voor de behandeling. Eigenlijk vond ik als verantwoordelijke voor het budget dat ze wel met de helft minder konden doen. Toen er ook nog eens een vraag kwam (bij een revalidatie afdeling) over een vlinderbad en fitness apparatuur dacht ik: ”Bekijk het maar”.

Nu kijk ik daar heel anders naar. Zwemmen, trainingen en bewegen zijn voor mij heel belangrijk. Ik heb nuttige adviezen van fysiotherapeuten gekregen. Voor mij was de uitleg van het disfunctioneren motiverend. Waarom een spiergroep niet werkt. Hoe het lichaam er op reageert. Hoe je handig uit bed kan komen. Een simpele, maar revolutionaire oefening was: “Ga met je neus naar voren, totdat je bijna uit de stoel valt. Vervolgens ga je opstaan”. En ik kon plotseling zonder hulp uit de stoel komen. Of; “Maak loopbewegingen met je voet (afwikkelen van je voet)”. Door het te begrijpen ging ik het doen (Cruijff?). In het verpleeghuis had ik een half uurtje fysiotherapie en die dame heeft mij er doorheen gesleept. En niet alleen door haar kennis maar vooral door haar motivatie. Ze heeft mijn lamme been een stok gegeven en steeds maar gezegd dat ik het zo goed deed. Binnen een maand kon ik zelf lopen.  

De poliklinische revalidatie ging heel anders. Eén of twee keer per week. De eerste sessie werden er testen gedaan. Lopen en de lichaamsbalanstests. Mijn eerste doel was trap lopen. Ik moest immers thuis beneden slapen in zo’n invaliden bed. Na drie weken mocht ik de trap beklimmen. Vervolgens kon ik twee keer week aan de looptraining meedoen. Daar heb ik veel geleerd om mijn lichaam in balans te krijgen en te behouden. Eén oefening bestond uit het vallen vanuit de stoel op mijn mat. Vervolgens overeind krabbelen (zonder stok) en weer gaan zitten. De eerste keer lukte dat één keer binnen de drie minuten. Na twee manden; acht keer (!) binnen drie minuten.